Odd Fellow Loges



District N Groningen Zuid/Oost



Het opstel van de winnares van UNP 2006:

Geschreven door: Elisabeth Oosterling

Een positieve insteek en wereldwijde steun Verenigde Naties in Afrika: ontwikkeling van een onderontwikkeld continent

De zon schijnt.
Het had juli kunnen zijn.
In de verte loopt een man.
Een dunne laag stof bedekt zijn zwartleren schoenen.
Net afgedaan hangt zijn helm hulpeloos in zijn rechterhand.
Bij elke stap tikt het metaal tegen de gesp van zijn riem.
De brandende ochtendzon doet het blauw helder oplichten.
De man gaapt en kijkt naar het bundeltje in zijn armen.
Door een spleetje in de donkerrode lap staren twee oogjes hem aan.
De man glimlacht en mompelt een paar woorden.
Woorden die noch ik, noch het bundeltje verstaan.
Maar woorden die we uiteindelijk allemaal begrijpen.

Vruchtbare kuststreken...uitgestrekte savannen...droge woestijnen.
Een divers werelddeel dat meer dan twintig procent van het aardoppervlak bestrijkt.
Een continent waarop één zevende deel van de wereldbevolking woont.
Met haar prachtige landschappen, bijzondere dieren en tropische klimaat zou je haast vergeten, dat Afrika al decennia lang wordt geteisterd door burgeroorlogen, armoede en hongersnood.
Je zou bijna over het hoofd zien, dat Afrika veruit het armste werelddeel is.
Een werelddeel dat door de vroegere kolonisatie compleet is uitgeput en hulp uit de rest van de wereld ontzettend goed gebruiken kan.
Overal ter wereld worden programma’s opgezet om de leefomstandigheden in Afrika te verbeteren.
Zo zet het Groningse ‘Stichting Help Afrika’ projecten op in Nairobi, Rangala en Marigat en levert het Nederlandse Rode Kruis medicijnen en voedselpakketten aan de rampgebieden.
Ook op wereldniveau zijn organisaties ingezet om Afrikaanse landen een helpende hand te bieden.
Zo was ‘Novib’ er als eerste bij met noodhulp in Niger, nadat daar kortgeleden oogsten compleet werden verwoest door een enorme sprinkhanenplaag.
Ook de ‘World Health Organization’ is erg invloedrijk binnen de Afrikaanse grenzen.
Er kleeft echter één flink nadeel aan deze minder grote organisaties.
Natuurlijk worden vele levens gered met acties van deze kleinere initiatieven.
Maar voor echte vooruitgang is een groot, invloedrijk samenwerkingsverband nodig.
Eén die met alle partijen kan overleggen en op immense schaal hulp en bescherming kan bieden.

Met haar 191 lidstaten blijkt de ‘Verenigde Naties’ de ideale kandidaat voor deze opgave.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog zette een groot deel van alle landen de handtekening onder haar handvest.
Al snel voerde dit verbond de absolute boventoon op weg naar een betere wereld.
Hulp aan het armste continent ter wereld kon natuurlijk niet uitblijven.
Op één mei 2003 heeft de ‘Verenigde Naties’ de zogenaamde ‘Office of the Special Adviser on Africa’ opgezet.
Een organisatie die zich op grote schaal inzet voor de Afrikaanse belangen.
Zo pleit dit initiatief voor internationale steun voor de ontwikkeling en bescherming van Afrika en probeert het er wereldwijd aandacht en hulp voor te krijgen.
Dit gebeurt in samenwerking met het zogenaamde ‘New Partnership of Africa’s Development’.
Een project dat sinds 2000 Afrikaanse leiders betrekt bij haar plannen.
Doordat deze organisatie met de ‘Verenigde Naties’ een groot deel van de wereld achter zich heeft, kan ze daadwerkelijk het verschil maken.
In Afrika zijn bijvoorbeeld vredestroepen actief met de verspreiding van voedsel, bestrijding van burgeroorlogen en hulp bij rampen.

Een ander omvangrijk initiatief van de ‘Verenigde Naties’ is Unicef.
Een afdeling die zich in korte tijd heeft ontwikkelt tot het grootste hulpfonds voor kinderen.
Momenteel is Unicef actief in Pakistan, na een vreselijke aardbeving en in Niger.
Daarnaast voert Unicef grootschalige acties uit tegen HIV, Aids en kinderhandel.
Eén van de meest uitgebreide projecten vindt plaats in Darfur, waar rebellerende groeperingen het land terroriseren.
De organisatie heeft daar een groot aantal klinieken, vaccinatiecampagnes, voedingscentra, scholen, waterputten en kindercentra opgezet.
Dit is mogelijk, omdat intensief wordt samengewerkt met lokale en internationale hulpverleners.
Het feit dat Unicef de ‘Verenigde Naties’ achter zich heeft en daarmee een groot deel van de wereld is cruciaal.

Natuurlijk is Afrika nog lang niet op het niveau, waarop het eigenlijk zou moeten zijn.
Hiervoor zijn nog vele decennia, misschien eeuwen, van intensieve ondersteuning nodig.
Toch heeft de ‘Verenigde Naties’ al veel bereikt en door het stellen van ‘Milleniumdoelen’ probeert ze vaart achter haar plannen te zetten.
Hieruit blijkt helaas ook dat de hulp voor de landen beneden de Sahara flink achter loopt op schema.
In Noord-Afrika zijn wel duidelijke verbeteringen te zien op het gebied van uitbannen van extreme armoede, opbouw van basisonderwijs en gelijkheid.
In 2015 zouden alle ‘Milleniumdoelen’ gehaald moeten zijn.
De ‘Verenigde Naties’ zegt hier, ondanks kritiek uit de rest van de wereld, nog alle vertrouwen in te hebben.
Met deze positieve instelling moet het zeker lukken!

Elisabeth Oosterling – Winkler Prins te Veendam.

Terug naar hoofdpagina